zondag 27 maart 2016

FOTO'S UIT DE WIERSHOECK- EN SCHOOLTUIN (269)


Het was opnieuw een kille en grijze dinsdag en ‘tegen beter weten in’ fietste ik weer richting De Wiershoeck. Als je thuis blijft zie je in ieder geval niets en ook op een grijze dag kan je geluk hebben. En dat had ik. 

Ik begin mijn ‘tuinsafari’ graag met een kop koffie en daarom zette ik mijn fiets in het rek bij Boerderijum. Tenminste, dat was ik van plan. Maar ik zag iets bijzonders op het rek. Snel zette ik mijn fiets op de stander en pakte mijn camera. Op het fietsenrek bleek een wants te zitten en het was een wants die ik nog niet eerder had gezien. Het onderwerp van dit verhaal werd dus niet gefotografeerd op de tuinen van De Wiershoeck of de Kinderwerktuin, maar op een steenworp afstand daarvan.

De wants bleek een bladpootrandwants (ook wel bladpootwants genoemd) te zijn. Het is een exoot in Europa die oorspronkelijk uit Amerika komt. In Nederland wordt de soort sinds 2007 waargenomen, eerst vooral in de kuststreek maar sinds 2013 worden ze ook verder in het binnenland gevonden en zijn daar ook nimfen gesignaleerd, wat op beginnende, zich in Nederland voortplantende populaties duidt. De bladpootrandwants wordt internationaal als schadelijk beoordeeld voor kwekerijen van met name Pinus(-zaden) omdat de nimfen van deze zaden leven en grote populaties de opbrengst van kwekerijen danig kunnen verminderen. Na de paring zet het vrouwtje haar, ongeveer 2 mm lange, bruine eitjes in een rij af op de naalden van de boom. Na 10 dagen sluipen de nimfen (larven) uit, ze ontwikkelen zich in 35 tot 40 dagen tot volwassen wantsen. Tijdens deze ontwikkeling vervellen ze vijf keer. Er is één generatie per jaar.

De bladpootrandwants wordt het hele jaar aangetroffen, maar voornamelijk van augustus tot oktober. Hij komt voor in bossen maar soms wordt er ook wel eens een exemplaar in achtertuinen gevonden. In het najaar zoeken volwassen dieren een beschutte plaats om te overwinteren, bijvoorbeeld binnenshuis. In Nederland komt het tot nu toe slechts sporadisch voor dat de wants een overwinteringsplaats in huis zoekt. Misschien heeft deze wants overwintert in het bezoekerscentrum van het NDE (Natuur en DuurzaamheidsEducatie), gevestigd in Boerderijum.

Hun primaire verdediging is het afscheiden van een bitter, onwelriekend vocht, maar soms kunnen ze ook juist aangenaam naar appels, bananen of dennen ruiken. Echter, als ze ruw worden behandeld zullen ze proberen te steken met hun steeksnuit (rostrum), al zijn ze nauwelijks in staat om letsel te veroorzaken bij de mens. De steeksnuit is voornamelijk gemaakt om plantensap te zuigen en niet om bijvoorbeeld gif te injecteren.

De bladpootrandwants is 16 tot 20 mm lang en heeft een zwarte kop, rode ogen en een donker rode streep precies dwars door de kop. De antennen zijn ongeveer 15 mm lang en rood-oranje gekleurd. Het pronotum (halsschild) is donkerrood en in het midden geel met zwarte vlekken. Het scutellum (schildje) is vrij klein en is donkerrood. Verder is het gehele lichaam rood-oranje. Op het corium (middelste deel van de voorvleugel) zitten nog opvallende witte strepen die vaak op een 'h' lijken (net voor het membraam). De randen van het achterlijf zijn zwart met wit-geel en het membraan is doorzichtig bruin. De bladpootrandwants is de enige wants in Nederland met aan de achterschenen een bladvormige verbreding van maximaal 2 mm dik. Hieraan dankt de wants zijn naam.

Info: nl.wikipedia.org/, waarneming.nl/ en insektenbox.de/

Foto + tekst: Luit Staghouwer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten