zondag 3 juli 2016

FOTO'S UIT DE WIERSHOECK- EN SCHOOLTUIN (283)


Er zijn honderden groepen vliegen en één ervan is de groep zweefvliegen. Zweefvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen (tweevleugeligen). Er zijn zo'n zesduizend soorten wereldwijd waarvan er ongeveer 500 in Europa voorkomen

In Nederland zijn 363 soorten zweefvliegen waargenomen, 303 daarvan worden als inheems beschouwd. Zweefvliegen zijn er in alle soorten en maten, de meeste blijven in lengte onder de twee centimeter. Veel zweefvliegen bootsen vliesvleugeligen zoals wespen, bijen, of hommels na door felle kleuren, overeenkomstige patronen of lichaamsbeharing op bepaalde plaatsen. Zweefvliegen zijn net als andere vliegen het eenvoudigst te onderscheiden van vliesvleugeligen doordat ze twee vleugels hebben en geen vier, zoals alle bijen, wespen en hommels. Verder hebben zweefvliegen vaak geen taille, vliesvleugeligen vaak wel. De korte antennen van zweefvliegen zijn drieledig en onbeweeglijk, vliesvleugeligen hebben langere, beweeglijke antennes met meer dan drie leden. Ten opzichte van de veel zwaardere hommels, bijen en wespen zijn zweefvliegen heel wendbaar en hebben ze het vermogen perfect stil te hangen, te 'zweven'; vandaar ook hun naam.

De terrasjeskommazweefvlieg, ook wel terrasjeszwever, is een van de meest algemene zweefvliegen in Europa, met een lengte van 7-10 mm. Het mannetje heeft een overwegend bruine lichaamskleur met drie paar gele vlekken tot banden op het achterlijf, bij vrouwtjes zijn dit altijd drie paar komma-vormige vlekken. De vlekken lopen altijd tot over de zijnaad van het lijf, wat een onderscheid is met gelijkende soorten. Het borststuk is donkerder tot zwart, de clypeus (de voorzijde van de kop) is vrijwel geheel geel. Mannetjes zijn makkelijk te onderscheiden van de vrouwtjes, de ogen van de mannetjes raken elkaar op de bovenzijde van de kop terwijl er bij de vrouwtjes een duidelijke tussenruimte is. De habitat bestaat uit beschutte plaatsen in open gebieden, net als andere zweefvliegen leeft de terrasjeskommazweefvlieg van nectar die uit bloemen wordt gezogen.

De terrasjeskommazweefvlieg komt voor in heel Europa en daarnaast in delen van Azië en Afrika. De soort komt overal binnen Nederland en België in relatief grote aantallen voor. In Nederland was de soort vroeger nog algemener. Van deze zweefvlieg is bekend dat grote afstanden kunnen worden afgelegd, exemplaren zijn op open zee tot 200 kilometer van de kust aangetroffen.

De mannetjes loeren vanuit een uitkijkpost op langsvliegende soortgenoten waar ze op af vliegen, indien het geen vrouwtje blijkt keert het mannetje terug. Bij een geschikte partner wordt de paring in de lucht ingezet en op een vaste ondergrond voltooid. De vrouwtjes zetten honderden eitjes op planten af, midden in bladluiskolonies. De rupsachtige larven leven van de bladluizen. Na ongeveer één tot drie weken verpopt de larve om na acht dagen als volwassen zweefvlieg de pop te verlaten. De terrasjeskommazweefvlieg is in Nederland te zien vanaf april tot november.

In Nederland komen negen soorten kommazweefvliegen voor, de terrasjeskommazweefvlieg is de meest algemene soort. Het laatste deel van de Nederlandse naam verwijst naar de familie waartoe de vlieg behoort; de zweefvliegen. De 'komma' in de naam verwijst naar de gele vlekken die vaak doen denken aan een komma.

Info: Wikipedia

Foto + tekst: Luit Staghouwer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten