zondag 16 oktober 2016

FOTO'S UIT DE WIERSHOECK- EN SCHOOLTUIN (295)


Het is herfst. Op de tuinen van De Wiershoeck en de Kinderwerktuin is dat ook duidelijk te zien. De tuinen worden weer winterklaar gemaakt en veel van wat eens uitbundig bloeide gaat op de composthoop. Honingbijen, hommels, zweefvliegen enz. komen nog steeds nectar en/of stuifmeel halen op de bloemen die er nog staan. 

En op een van die bloemen zag ik iets groens. Is het een rups of is het een larve? Dan kijk je dus naar het aantal pootjes dat het beestje heeft. Deze heeft er zes paar: drie paar pootjes voor, twee paar pootjes min of meer in het midden en achteraan nog een paar pootjes. Het is dus een rups. Bladwesplarven (schijnrupsen) hebben na de drie paar borstpoten slechts één achterlijfsegment zonder potenpaar en daarna een onafgebroken rij buikpoten.

Een rups kan worden opgedeeld in drie delen: kop, borststuk en achterlijf. Op de kop zitten o.a. zes paar (zeer slechte) ogen en de korte voelsprieten. Het borststuk bestaat uit drie segmenten. Aan elk segment zit een paar borstpoten. Deze poten worden soms ‘echte’ poten genoemd, omdat dit de poten zijn die later de zes poten van de vlinder vormen. Het achterlijf bestaat uit tien segmenten. Bij de meeste soorten zitten aan de eerste twee achterlijfsegmenten geen poten, daarna volgen vier segmenten met buikpoten (soms neppoten genoemd), vervolgens zijn er weer een aantal segmenten zonder poten en aan het eind van het achterlijf, aan het laatste achterlijfsegment, heeft de rups een paar naschuivers. Rupsen uit de familie van de spanners hebben slechts één paar buikpoten en deze zitten aan het zesde achterlijfsegment. Er zijn ook enkele rupsensoorten die twee of drie paar buikpoten hebben. Een bekend voorbeeld is de rups van de gamma-uil die twee paar buikpoten heeft en een paar naschuivers.

Vaak (o.a. bij Vlindernet.nl) spreekt men niet (niet meer) over buikpoten en naschuivers, maar worden alle poten op het achterlichaam buikpoten genoemd. En de indeling in echte rupsen (vijf paar buikpoten) en spanrupsen (twee paar buikpoten) is uitgebreid met een groep ‘semi-spanrupsen’. Daarmee worden de rupsen bedoeld met minder dan vijf, maar met meer dan twee paar buikpoten (dus incl. de ‘naschuivers’).

De rups op de foto heeft drie paar ‘buikpoten’ en is de rups van de gamma-uil. Deze ‘semi-spanrups’ wordt maximaal 25 mm lang, het lichaam varieert in kleur van geelachtig groen tot blauwachtig groen of donker groenachtig grijs. Op de rug heeft de rups een tekening van fijne witte streepjes en ringetjes en over de spiracula (ademhalingsopeningen op de zijkant) loopt een witte of geelachtige lengteband. De (smalle) kop is gewoonlijk groen met aan weerszijden een karakteristieke zwarte streep, die echter ook kan ontbreken, terwijl de kop ook geheel zwart kan zijn.
De rups kan worden aangetroffen in de periode mei-november. De ontwikkelingssnelheid van de rups is sterk afhankelijk van de temperatuur. De verpopping vindt plaats in een glanzende zilverkleurige cocon tegen een blad van de waardplant (allerlei kruidachtige planten). De soort overwintert in zachte winters soms in Nederland als volgroeide rups of als pop.

Info: Vlindernet.nl

Foto + tekst: Luit Staghouwer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten