woensdag 2 oktober 2019

BEIJUMBORG (150)


Op pad!
Sommige lezers zullen wel ervaring hebben met websites, waarop je een vliegreis of een hotel kunt regelen. Ik moest dat vaak voor mijn werk doen, en ontdekte dat het steeds gemakkelijker werd om een ticket via het internet te boeken en om een hotelkamer via datzelfde internet te regelen, dan naar een reisbureau gaan en het daar allemaal te bespreken. Hoe anders was dat niet in het begin van mijn werkzaamheden voor de universiteit….. 
Mijn eerste dienstreis was naar Praag, Bratislava en Boedapest. Twee volle weken maar liefst, in het voorjaar van 1990.  Ik ging toen naar een reisbureau in de stad, waar ze hotelovernachtingen voor me bespraken en een vliegticket naar Praag, met een retour vanaf Boedapest regelden. Reizen was toen nog avontuur….en er is veel veranderd sindsdien.
Wat niet veranderde was dat je treinkaartjes niet zo maar kon aanschaffen.  Van Praag naar Bratislava (toen nog in één land gelegen, Tsjecho-Slowakije) was niet echt een probleem, maar een grensoverschrijdend treinkaartje van Bratislava naar Boedapest: WagonLits vertelde dat ik daarvoor toch echt in het station van Bratislava moest zijn.
Zo gezegd, zo gedaan…en ik stond voor het loket in Bratislava met de vraag of ik een kaartje voor Boedapest kon kopen (pak ‘m beet: 200 kilometer verderop, maar wél in een ander land).  Het antwoord was simpelweg: nee! Hoe ik er dan wél zou moeten komen werd me er niet bij verteld, maar er was een doorgaande trein dus daar ben ik toen maar op gestapt. En toen we eenmaal de grens over waren stond er een grote conducteur met nog grotere pet, die me naar mijn kaartje vroeg - wat ik niet had.  Hij werd kwaad, en dreigde me uit de trein te zetten. Een medepassagier legde hem uit (de conducteur sprak alleen maar Hongaars…) dat ik toch echt een poging had gedaan, maar dat het me niet gelukt was. Hij bleef boos kijken , liep vervolgens weg en toen we in Boedapest aankwamen versperde hij min of meer de treindeur, om me alsnog te dwingen om hem te betalen. Toen maakte ik mezelf even breed, vloekte eens stevig in het Nederlands, en warempel: hij stapte opzij en liet me door.
Daaraan moest ik denken, toen ik deze week een treinkaartje Groningen-Milaan wilde kopen, via Leer. Een extra eis was dat ik op de overstapstations ruim de tijd voor een overstapje zou moeten hebben: de Duitse spoorwegen zijn tegenwoordig een stuk minder gründlich dan ze ooit heetten te zijn, en een paar minuten vertraging kan zo maar een belangrijke of zelfs unieke gemiste aansluiting betekenen.
En waar je tegenwoordig via allerlei sites moeiteloos de gekste, goedkoopste en meest ingewikkelde vliegreizen kunt boeken, zoveel moeite kost het nog steeds om een international treinkaartje te kopen. De Nederlandse Spoorwegen verkopen geen internationale kaartjes meer op het station van Groningen: dat loket werd al een paar jaar geleden gesloten. Via de bestellijn van NS Internationaal ben je heel wat belminuten en reserveringskosten kwijt, en een ritje via Leer was daar echt te ingewikkeld om fatsoenlijk te regelen, hoewel ik de dienstregeling van minuut tot minuut had uitgezocht. Misschien dan maar zelf eerst met de auto naar Leer, waar je op het piepkleine station nog gewoon internationale kaartjes kunt kopen? Via de website van Deutsche Bahn werd het allemaal ook wat omslachtig.
Uiteindelijk koos ik toch maar voor de gemakkelijke weg: een vliegretour van Amsterdam naar Milaan, dat bovendien nog eens € 100 goedkoper was dan twee treinkaartjes Groningen-Milaan heen en weer….wie zei er ook alweer dat we minder moesten vliegen, en meer gebruik moesten maken van de internationale trein? Eerst maar eens even de aankoopprocedures voor treinverkeer verbeteren, lijkt me.
Han Borg

Geen opmerkingen:

Een reactie posten