woensdag 5 februari 2020

BEIJUMBORG (167)


Vrijdagavond, zeven uur. Ik stap in mijn autootje om een dochter van het station te halen. 

Onderweg bedenk ik me dat ik nog strooikaas voor over de pasta nodig heb, en wil dat halen bij het AH-filiaal in Oosterhoogebrug. Voor wie de situatie daar kent: de parkeerplaats van dat filiaal heeft een nogal onhandige, nauwe toegang. En laat nou juist in die toegangsroute een veel te dure auto pal voor de toegangsdeur van de winkel geparkeerd staan! Gevolg: een paar wachtende auto’s daarachter, en ik moet echt moeizaam manoeuvreren om mijn C3-tje op een parkeerplek te krijgen.

En ja: dan heb ik toch de neiging om deze automobilist op zijn nogal vreemde parkeergedrag te wijzen. Dus loop ik naar de auto en klop op het raam. Dat gaat open, en er verschijnt een hoogblonde dame als bestuurster. “Mevrouw: mag ik u er op wijzen dat u uw auto wel erg onhandig hebt neergezet? Zo kan er nauwelijks iemand langs”. Ze kijkt me met een minachtende blik aan. Ik voel ‘m al aankomen. “Ach man: ik sta hier maar een minuutje. Daar hep nemand last van, toch?” 

Tegen zoveel onbegrip valt niet aan te praten. Ik loop de winkel in, koop mijn kaas en kom weer buiten. Ze staat er nog steeds. Ik steek een vinger op (nee: niet mijn middelvinger), om haar duidelijk te maken dat die ene minuut al ruimschoots verstreken is. Ze kijkt me niet eens aan. Achter haar auto staan vier wachtende auto’s. Niemand kan er fatsoenlijk langs. Ik draai mijn wagentje om, en rijd schuin voor haar langs het parkeerterrein af.

 Wél met een fikse stoot van mijn claxon.

Asociaal gedrag, zult u zeggen. Van mijn toeteren, bedoelt u? Hebt u gelijk in. Maar wat zijn sommige mensen toch volstrekte egoïsten...deze dame gooide hoge ogen op de schaal van aso. Bah. 

Han Borg

Geen opmerkingen:

Een reactie posten