woensdag 12 februari 2020

BEIJUMBORG (168)


Er zijn van die bezoekjes, die je bij voorkeur een beetje uit de weg gaat. Een vriendin van me belde, en vroeg of ik zaterdag zin had om mee te gaan naar haar moeder, die sinds enkele maanden in een verzorgingshuis in Gelderland woont. De vriendin in kwestie deelt met haar twee zussen de zorg voor hun moeder: ze leggen afwisselend bezoekjes af, halen moeder ook regelmatig op voor een weekendje buiten het tehuis. 

Het bracht bij mij in herinnering hoe dat destijds met mijn eigen vader ging. Die struikelde vlak voor Kerst 2008 in zijn flatje in Losser, brak een heup en moest opgenomen worden in het ziekenhuis in Enschede. Daar werd hij geopereerd, maar echt aan de loop kwam hij niet meer, en wilde hij ook niet meer, zo leek het. Na een paar weken in het ziekenhuis werd besloten dat een verpleeghuis een betere oplossing zou zijn, en na enig gebel naar diverse tehuizen in Twente kon hij in het verpleeghuis in Oldenzaal terecht. Mijn broer en ik bezochten hem zo vaak we konden: dat was vanuit Nijmegen respectievelijk Groningen telkens wel weer een hele tocht, maar goed: het is je oude vader en dus doe je dat. Mijn zus had het er behoorlijk moeilijk mee: die woonde ook toen al in Zuid-Frankrijk en kon dus slechts een enkele keer overkomen. 

Eind februari 2009 ging het steeds slechter met pa: zijn altijd al zwakke longen begonnen te haperen, en hij werd in het naast het tehuis gelegen ziekenhuis ‘Heil der Kranken’ onderzocht. Het leek allemaal nog niet acuut, dus die avond ging ik lekker slapen nadat ik ‘s morgens nog wél even zelf een chemokuur had gehad. Om middernacht ging de telefoon: of we toch maar snel naar Oldenzaal wilden komen, want het ging nu bergafwaarts. Mijn broer in Nijmegen en ikzelf stapten in onze respectievelijke auto’s, en reden door de mist en de kou als hazen naar Oldenzaal. Daar aangekomen bleken we net te laat: pa was zojuist ‘rustig en kalm’ (zijn eigen favoriete uitdrukking) overleden. 

Toen ik gisteren in dat Gelderse verpleeghuis kwam kreeg ik weer dat gevoel over me, dat je bekruipt als je zo’n eindstation binnenstapt. De verzorgers doen hun best om er nog iets van te maken, de bewoners verkeren in verschillende staten van dementie, er ligt iemand met haar hoofd op een tafel in de ‘huiskamer’ te slapen (een beetje zoals het bijgaande levensechte beeld, dat ik later op die dag in het museum MORE in Gorssel zag), de geur is er tamelijk onaangenaam.

Hert was trouwens best gezellig met moeder en dochter: we konden nog even buiten lopen, gingen lunchen in een restaurant in het rustige dorpje, en daarna namen we afscheid. Haar moeder had me nog herkend, en we konden zelfs even praten over haar jonge jaren, toen moeder enkele maanden …. een relatie met mijn vader had gehad! Die relatie was destijds (we spreken over 1947) om geloofsredenen afgekapt, maar even zo goed had ik dus haar zoon kunnen zijn. En die goede vriendin mijn zus. Het leven biedt vele verrassingen. 

We hebben er nog weer even smakelijk om gelachen.

Han Borg

Geen opmerkingen:

Een reactie posten