woensdag 11 november 2020

BEIJUMBORG (173)


 Nog een week of zes woon ik in Beijum, en daarna zoek ik het elders én hogerop

(deel 1 van een melancholieke serie). 


In het jaar 1988 - op de feestdag van Sint-Maarten – haalden we ons bovenhuis aan de Stadhouderslaan (Oranjewijk, aan het spoor naar Delfzijl en Roodeschool) leeg om te verhuizen naar Beijum. Een half jaar daarvoor was onze eerste dochter geboren (er zouden in de vier jaren daarna nog dochters twee volgen), waardoor de behoefte aan een huis-met-tuin enorm toenam. Bovendien was het gesleep met een kinderwagen annex buggy de trap op en af nou niet bepaald handig, zeker niet als je alleen thuis was – we werkten namelijk allebei, en verdeelden de oppasdagen zoveel mogelijk onderling

 

Mijn schoonouders zaten de hele dag klaar in ons nieuwe huis aan de Bottemaheerd en pasten op de baby. Wij pakten samen met vrienden busjes in en natuurlijk ook weer uit. Een heel gesleep, maar om een uur of vier was alles ‘over’ en konden we even pauze nemen. Nou ja: vlak daarop ging de deurbel. Bezoek? Nee: een groepje kinderen voor de deur, met lantaarns. Ze zongen een liedje en verwachtten natuurlijk in ruil daarvoor snoep. Totaal niet aan gedacht dat het Sint-Maarten was. We waren gelijk ‘juffrouw Kikkerbil’ voor de hele buurt. 

 

Zes jaren wonen aan de Bottemaheerd: het was een enorm leuke tijd. We huurden de woning via makelaardij Kamminga, voor -als ik me niet vergis – zo’n 900 gulden per maand (iets meer dan € 400). Daarvoor kregen we een redelijk grote woonkamer met open keuken, drie slaapkamers en een grote zolder. Een badkamer met ligbad, een mini-tuintje voor en een iets grotere tuin achter. Die achtertuin sloot aan op een enorme zandbak, waar onze peuters zich in de zomer fantastisch in vermaakten. 

Waar we vooral ook plezier aan beleefden was de saamhorigheid in de buurt. Veel gezinnen met jonge kinderen, waar we ons prima bij thuis voelden. Mama Dientje, buurmannen Jan & Jan, buurvrouw Ritva…en nog veel meer mensen, met wie we een uitstekende relatie opbouwden.

In de zomer deelden we onze tuin praktisch met onze buren, en samen plantten we een druivenstruik die ons al snel van heerlijke druiven voorzag. We dronken borrels bij elkaar, en organiseerden zelfs grotere feesten. Eentje daarvan (het zogenaamde aso-feest) liep vrolijk uit de hand, met spuitende tuinslangen, een boodschappenkar als vervoermiddel van mijn echtgenote, overal flessen drank en vieze happen. Maar….wat een lol!! Een onvergetelijke tijd.

 

Volgende week deel 2: de kinderen gaan naar school.


Han Borg

Geen opmerkingen:

Een reactie posten