
Ondergetekende kan soms jaloers zijn als hij schilders in het straatbeeld van Beijum bezig ziet. Wat een concreet werk. Precies weten wat je moet doen, namelijk kozijnen van een nieuwe laag voorzien. Of de dampende geur van verf lekker of gezond is betwijfel ik, maar schilders brengen iets te weeg wat concreet is vast te stellen. Net als wat stratenmakers of bouwvakkers te weeg brengen. Ze kunnen duidelijk (laten) zien wat ze gepresteerd hebben. In de geestelijke gezondheidszorg wordt wel eens gekscherend gezegd: 'Had ik maar een vak geleerd.' Wat wil je ook, je ziet zelden tastbaar resultaat van je inspanningen. Hoe anders is dat met de hiervoor genoemde beroepen. Kijk, ik was een van de mensen die deze straat hebben gelegd. Of, zie je dat beschilderde dakkapelletje? Heb ik gedaan. Dat nieuwe huis? Heb ik aan meegewerkt.
De handige beroepen staan maatschappelijk gezien minder in aanzien dan de 'denk'beroepen. Veel ouders zien hun kind liever naar de Havo of het Vwo gaan, dan naar het Vmbo. Waarom eigenlijk? Wat is er toch tegen een goede vakman of vrouw? Waarom wordt daar soms minderwaardig over gedaan? Moet je bijvoorbeeld tegen een chirurg opkijken? Een tandarts? Ooit heeft ondergetekende een keer iets gelezen waarin stond dat de meeste chirurgen autisten zijn. Ze kunnen dat ene ding heel goed, opereren, maar voor de rest zijn het communicatieve en sociale horken. Oh oh, nu begeeft ondergetekende zich op glad ijs. Het is een generalisatie. Al schijnt er iets waars in te zitten. Net als dat psychiaters zelf gestoord en gek zijn. Maar wat geeft dat? En wat is er tegen een autist? Niks. Waarom daar weer op neer moet worden gekeken, en de beperking zelfs als scheldwoord wordt gebruikt, zeg het maar. Om zelf het a-woord te gebruiken om chirurgen een beetje naar beneden te halen, deugt ook weer niet helemaal. Maar goed. Waarschijnlijk is het de hiƫrarchische behoefte van mensen om een beetje badinerend over een ander doen om vervolgens in de veronderstelling/misvatting te zijn dat je jezelf daarmee verheft. Altijd maar weer dat meer en minder. Hoger en lager. Waar dieren hun pikorde aan kracht grote en snelheid ontlenen, daar gebruiken mensen het beroep dat ze beoefenen voor.
Waar ging het ook nog maar over? Over dat eenvoudige beroepen bepaald niet verkeerd zijn. En dat in het geval van schilders de maatschappelijke en de concrete ladders niet helemaal parallel lopen.
Over een jaar of vijf tot tien wordt een enorm tekort aan technisch geschoold personeel verwacht..