zondag 5 juni 2016

FOTO'S UIT DE WIERSHOECK- EN SCHOOLTUIN (279)


De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 31 mei 2016

Wereldwijd zijn er ongeveer 60.000 soorten snuitkevers. In ons land zijn er 476 soorten waargenomen, 465 daarvan worden als inheems beschouwd. Snuitkevers danken de naam aan de soms erg lange snuit met tasters, die vaak in het midden of helemaal vooraan zitten. Soms is de snuit bijna even lang als het lichaam. Met de snuit boort het insect in de plant (of vrucht) om er vervolgens een ei in te leggen. De lichaamslengte van de snuitkever varieert van 0,1 tot 9 cm. Het lichaam is vaak onopvallend gemarmerd, soms juist zeer kleurrijk met metaalglans of bonte vlekken. De antennen zijn meestal samengesteld uit 11 geledingen, die gebogen of geknikt zijn.

Een aantal soorten is zeer berucht om de schade die toegebracht wordt door de vraat aan granen en andere planten die dienen als voedsel voor de mens. De 7 à 8 mm lange wollige distelsnuitkever (links) heeft een voorkeur voor distelachtigen en zal daarom waarschijnlijk niet als schadelijk worden gezien. De elzensnuitkever (rechts) is echter wel schadelijk. Deze soort wordt ook wel wilgensnuitkever genoemd. De 6 tot 9 mm lange kever heeft grijsbruine dekschilden met zwarte haarborsteltjes. De kever heeft een voorkeur voor jonge bomen (els, wilg en populier) met een diameter van 2 – 8 cm in kwekerijen, singels en grienden. De larve van de elzensnuitkever kan grote schade veroorzaken.

In mei verschijnen de kevers die de bast van jonge twijgen en scheuten aanvreten. Na enkele weken zijn de kevers geslachtsrijp en leggen de vrouwtjes zo’n 30 eitjes afzonderlijk in de bast van de jonge stammetjes. Na 2-3 weken komen de pootloze larven uit. De larve overwintert in een kleine holte onder de bast. In het voorjaar vreet ze een kronkelig gangetje in de cambiale zone (dunne laag tussen het schors en de boom) om daarna een tot 10 cm lange gang omhoog in het hout te maken. In juni-juli is de larve volgroeid en verpopt deze aan het einde van de gang. Enkele weken later verschijnt de jonge kever die in de boom overwintert en pas het volgend jaar, in mei de boom verlaat. De levenscyclus is 2 jaar waarbij de volwassen kevers meestal in de even jaren actief zijn en de larven juist in de oneven jaren hun grootste activiteit hebben.

De elzensnuitkever is een algemene soort in Nederland maar het is een cultuurvolger omdat schade vooral in jonge aangelegde beplanting optreedt. Daarom ontstonden in het verleden soms grootschalige aantastingen in grienden. Een griend is een vochtige akker waarop wilgenhout wordt verbouwd. Grienden werden tot ca 1960 op grote schaal geëxploiteerd, daarna nam de vraag naar griendhout sterk af zodat veel grienden niet meer werden onderhouden. Soms kregen ze de status van natuurgebied.

Info: Wikipedia en Tuin en Landschap nr. 20 (25 september 2014)

Foto + tekst: Luit Staghouwer

Geen opmerkingen: